op stap met een knipoog naar het verleden

Kijkpunten: Oud-Drachten, Smalle Ee en Kloesewier

In de Middeleeuwen was er een warmere periode, waardoor de veengebieden minder nat waren en ontginning mogelijk was. Door verkaveling ontstonden lange evenwijdige stroken in Zuid-Noord richting met daaromheen vaarten voor de ontwatering en transport. Men begon aan akkerbouw te doen. Waar de boeren geen rekening mee hadden gehouden is, dat door de ontwatering van het veengebied de grond ging inklinken. De grond werd opgehoogd met veenplaggen en over de funderingen van de oude boerderijen werden weer nieuwe gebouwd. Uiteindelijk konden zij niet meer blijven wonen en vertrokken ze naar een droger gebied. Zo werden hele dorpen verplaatst en is er sprake van “wandelende dorpen”.

1. Oud-Drachten

Dit is de plek van het eerste dorpje Drachten. Bij veenafgravingen in 1842 werden hier fundamenten van drie verschillende bouwfasen van één en dezelfde kerk gevonden. Om het kerkterrein liep een muur. Dit terrein is nu grasveld. Toen in de jaren ’60 van de vorige eeuw Drachten zich uitbreidde met een nieuwe wijk, is op dit grasveld voor de huidige kerk “De Arke” de plattegrond van de oude kerk in steen nagebouwd. Op het monument staat de tekst: “Hier stond van rond 1100 tot 1500 een bakstenen kerk midden in een ommuurde dodenakker”. Bij de ingang van De Arke herinnert een kerkvenster aan deze kerk.
Toen in de 14e eeuw de grond rond dit oude Drachten te nat werd verhuisden de mensen meer naar het oosten en ontstonden twee nieuwe dorpjes: Noorder- en Zuider-Dragten. Rond 1600 kwam de turfwinning in opkomst en werd de Drachtster Compagnonsvaart gegraven voor afwatering en transport. Na verloop van tijd groeiden Noorder- en Zuider-Dragten aan elkaar en ontstond in 1641 één groot dorp Drachten.

2. Smalle Ee

Het dorpje Smalle Ee was vroeger de hoofdplaats van de grietenij “Smallingerland”. In de 10e eeuw heeft hier op de hoge smalle zandkop al een houten kerkje gestaan, dat zo’n honderd jaar later vervangen werd door een kerk van tufsteen. Aan het eind van de Middeleeuwen werd rond de oude kerk een Benedictijner klooster gesticht. De monniken en nonnen van het klooster “Smelne” gaven naast aandacht voor maatschappelijke ontwikkelingen, vorm aan het landschap door het graven van sloten en greppels, regelden de watertoevoer en wonnen turf. Ook werd er veel zand afgegraven. De haven van Smalle Ee was een belangrijke plaats voor de afvoer van het zand per skûtsje. Door het steeds hogere grondwater werden de bewoners van het dorpje gedwongen te verhuizen. Het klooster werd afgebroken. Alleen het pittoreske haventje herinnert nog aan de vroegere bedrijvigheid. Waarschijnlijk is er een nieuw dorp opgericht dat nu nog bestaat en Boornbergum heet.

3. Kloesewier

Zo’n 8 km. ten westen van Drachten, waar op de “Butendiken” niet verder kan worden gereden en ten oosten van de Kloesesloot, zijn bij opgravingen in 1976 resten gevonden van een tweetal boerderijen, een stenen kerk en een aantal oude graven. De bewoners hebben nog een aantal keren de grond verhoogd met veenplaggen, maar rond 1200 werd de grond zo drassig dat de boeren naar andere dorpen in de buurt zijn vertrokken. 

Er bleef nog een terpje over, maar in de tijd van de terpverwoestingen is Kloesewier geheel weggegraven. Als gevolg van de vervening is een prachtig natuurgebied, Petgatten De Feanhoop, ontstaan. Het gebied bestaat uit petgaten waar het veen weggehaald is en uit stripen (zetwallen), waarop het te drogen werd gelegd voordat er turf van werd gestoken.

4. Amerikaanse Windmotor

Bijzonder is de Amerikaanse windmotor Herkules. De windmotor is in 1926 gebouwd voor het bemalen van de polder De Hege Warren, maar raakte na 1963 vanwege het elektrisch bemalen van de polder in verval. Vanwege de monumentale status subsidieerden allerlei fondsen de restauratie. Op een paar kilometer van de oude standplaats, vervult de windmolen nu weer een nuttige waterbeherende functie.

5. De Veenhoop

De Veenhoop is een streekdorp dat in de 19e eeuw is ontstaan op de strategische plaats waar de Nieuw Beetstervaart in het Grietmansrak uitkomt. Het eerste huis dat gebouwd werd was de brugwachterswoning Het Polderhûs. Het Polderhoofdkanaal was ooit de drukke vaarverbinding tussen de Wijde Ee en de Nieuwe Vaart. De brugwachter bediende de draaibrug in de Drachtster Heawei. Eind jaren 60 van de vorige eeuw verminderde de scheepvaart, die helemaal stil kwam te liggen toen aan beide zijden van het kanaal de sluizen werden gedempt. In juni 2015 is de vaarroute heropend als toeristische route. Het Polderhûs is nu een restaurant.