op stap met een knipoog naar het verleden

Kijkpunten  Een verdwenen dorp in het Kootwijkerzand

1.  De Zandloper

Staatsbosbeheer heeft deze 13,5 meter hoge uitkijktoren in 2017 laten bouwen. De Zandloper is gemaakt van Cortenstaal en vervangt een eerdere, houten uitkijktoren. Bij helder weer heb je een prachtig vergezicht over het Kootwijkerzand. De Zandloper is ook een wildobservatieplaats. WOP 30

2.  De Zanderdennen

In 1850 worden in de omgeving van Kootwijk ter bescherming van de landbouwgronden dennensingels aangeplant om de zandverstuivingen te stoppen. Rechts van het bord is een rij oudere grove dennen te zien die een singel vormde. Het was o.a. verboden  om kuilen te graven. 

3. Dikke Bart 

"De Dikke Bart" is een verlaten zandvlakte in het Kootwijkerzand vlak bij het dorpje Kootwijk. Op deze plek werden vooral na storm en regen al rond 1860, onder andere door burgermeester Nairac van Barneveld, regelmatig vondsten gedaan uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen.

Omdat ook in de 20e eeuw regelmatig scherven e.d. werden gevonden werd in 1965 gestart met een proefonderzoek. Na het graven van zoeksleuven kwam men tot de conclusie dat het mogelijk zou zijn een compleet dorp uit de middeleeuwen op te graven.

Onderzoek wees uit dat er feitelijk twee dorpen hebben gelegen, één uit de Romeinse tijd, ver voor het jaar 1000 en een tweede, groter dorp uit de 8e tot de 12e eeuw. De inheems-Romeinse nederzetting lag op de kop van een stuwwal die in de één na laatste ijstijd is gevormd.

Het middeleeuwse dorp bevond zich op een dekzandpakket, lichte en eenvoudige bewerkbare grond, dat in de laatste ijstijd de stuwwal grotendeels bedekte. De grootste uitbreiding van dit middeleeuwse dorp vond plaats in de 9e eeuw. Ongeveer 40 huizen zijn opgegraven. 

De huizen zijn éénschepig, bootvorming, tussen de 17 en 23 meter lang en 6 tot 8 meter breed. De foto's van de maquettes in het Nairacmuseum geven een duidelijk beeld hoe het er ongeveer uitzag. Het dorp was ongeveer 200 bij 300 meter groot en het aantal inwoners wordt op 50 tot 150 geschat.

De plattegronden van de  opgegraven huizen en bewaard gebleven stukken van de houtconstuctie getuigen van grote vakmanschap van de bouwers. Verder waren er in het dorp schuren van 8 tot 10 meter lang en vierkante of vijfhoekige opslagplaatsen voor hooi of graan.

Ook werden hutkommen aangetroffen, gaten in de grond met aan de smalle zijden twee palen met eer plaggendakje er boven. Uit alles blijkt dat het een redelijk welvarend dorp was. Hoewel gelegen op de stuwwal, was er voldoende water in een daar gelegen meertje. Dankzij een ondoorlatende laag in de ondergrond zakte het water niet weg.

Na 900 trad het verval in. De ven droogde langzaam op, o.a. doordat door het graven van nieuwe waterputten de ondoordringbare laag (die ongeveer anderhalve meter onder de oppervlakte lag) werd doorgestoken. Rond het dorp werd veel bos gekapt omdat het hout voor nieuwbouw nodig was en er ruimte voor nieuwe akkers bij moest komen. Steeds meer zand begon op te stuiven en de akkers leverden steeds minder op. Het moment kwam dat het niet meer mogelijk was op die plek te blijven wonen. Het dorp werd verlaten en in de loop van de tijd afgedekt met een dikke laag stuifzand. Nu bekend onder de naam "De Dikke Bart".

In het Nairac museum in Barneveld is op de archelogische afdeling een vitrine over de middeleeuwen ingericht.  Het is de moeite waard deze te bekijken. Ook veel opgegraven voorwerpen zijn daarin tentoongesteld. De laatste 6 foto's zijn daar gemaakt. Aan de zijkant van de vitrine is een filmpje met geluid over het verdwenen dorp te bekijken.

4.  Radio Kootwijk

Dit zendgebouw, een  rijksmonument, wordt in de volksmond ook wel "de Kathedraal"genoemd. Julius Maria Luthmann (1890-1973) ontwierp de kathedraal, een sprekend voorbeeld  van betonarchtectuur in art-deco-stijl uit de twintiger jaren van de vorige eeuw en heeft kenmerken van de Amsterdamse school. Bij het ontwerpen had Luthmann de Sfinx in Egypte in gedachten.

Als plek voor het bouwen van het zendstation om radiotelegrafische verbindingen met Nederlands-Indië tot stand te brengen, werd vanwege de relatief storingsvrije omgeving voor de zandverstuiving in Kootwijk gekozen. In 1920 werd met de bouw gestart en in 1923 was het gebouw klaar en stond het "in the middle of nowhere". 

Het beeldhouwwerk boven de ingang en de gebeeldhouwde adelaar op de achtergevel zijn sculpturen van Hendrik van den Eijnde (1869-1939). U ziet boven de ingang één vrouwenhoofd met een Europese uitdrukking en één met een Aziatische uitdrukking, allebei met de handen achter de oren. De open mond in het gezicht tussen de beide vrouwen geeft symbolisch de radioverbindingen tussen Nederland en Nederlands-Indië weer. 

PDF
Nieuwsbrief Radio Kootwijk 1A
PDF [14.1 MB]
Download (1 download)
PDF
Nieuwsbrief Radio Kootwijk 1B
PDF [11.8 MB]
Download (1 download)