op stap met een knipoog naar het verleden

Kijkpunten: Koudekerke en het Zuidland

1. De ringwalburg van Burgh 

Aan het eind van de 9e eeuw werd deze ringwalburg gebouwd ter verdediging van de Vikingen. Als er gevaar dreigde vond de bevolking van Burgh een veilig heenkomen binnen de aarden wal. Het cirkelvormig terrein was omgeven door een brede gracht. Met de aarde uit de gracht werd de wal gebouwd. Bovenop de wal stond een houten borstwering of palissade. In 2007 is deze ringwalburg gereconstrueerd.

2.  Koudekerke

Eind vijftiende eeuw lag de zeedijk van Schouwen ruim drie kilometer verderop in de Oosterschelde. In dit Zuidland lagen veertien zeer welvarende dorpen waar Koudekerke er één van was. Het Zuidland is verdronken door een krachtige stroming in de Oosterschelde die gedurende enkele honderden jaren tegen de zuidkust schuurde. 

De zeedijk werd dan door deze schuring ondermijnd waardoor de dijk plotseling kon instorten. Wanneer men vreesde dat de zeewerende dijk het spoedig zou begeven, werd landinwaarts een reservedijk (inlaagdijk) aangelegd. Het land tussen de zeedijk en de nieuwe dijk werd "inlaat" genoemd. Dit stuk land werd gebruikt om veen uit te halen voor de zoutwinning, voor hooiland en om er klei uit te halen voor de nieuwe dijk. Zo ontstonden de zgn. karrenvelden, gebiedjes met evenwijdig lopende sloten. Een dorp dat tussen de zeedijk en de inlaagdijk lag werd opgeheven en afgebroken. Zo verdwenen tussen 1450 en 1600 veertien dorpen in het water. Van Koudekerke bleef alleen de kerktoren staan als baken voor het scheepvaartverkeer op de Schelde. De toren is vrij toegankelijk. Op weg naar boven beleef je de geschiedenis van Koudekerke. Eenmaal boven word je beloond met een prachtig uitzicht over de Oosterschelde, de karrenvelden en inlagen. 

In de strijd tegen het water werden in Zeeland tussen 1906 en 1935 120 km. muraltmuren op de dijken geplaatst. Deze door ir. De Muralt bedachte betonnen muurtjes waren een goedkoop alternatief om de dijk te verhogen. Helaas boden ze niet genoeg weerstand tegen het water.  

3. Schelphoek

Ter hoogte van De Schelphoek nabij Serooskerke zijn de dorpjes Zuidkerke, Brieskerke, Westkerke,  Oudkerke en St. Jacobskerke al vóór 1500 in het water verdwenen. De Schelphoek is ontstaan tijdens de watersnoodramp in 1953 toen de zee hier een enorm gat in de dijk sloeg. Om het gebied werd een 4 km. lange ringdijk aangelegd die werd gesloten met caissons. 

Dit waterbekken is gebruikt als haven voor de Oosterscheldekering. Op een van de caissons is nu een uitkijkpunt. 

4. Vogelboulevard

In het hele gebied langs de Oosterschelde is een ware oase ontstaan voor vogels. In de Flaauwers- en Weversinlaag en niet te vergeten de Prunjepolder spelen vogels de hoofdrol. Lopend over de kruin van de dijk naast de Inlaagweg zie je links en rechts o.a. de rot- en brandgans, bergeend, tureluur, grutto, kluut en lepelaar. 

Het lijkt erop dat jonge zilvermeeuwen op de paaltjes een rondetafelconferentie houden. 

5. Rengerskerke, Simonskerke, Lookshaven en Serooshaven

Ter hoogte van Flaauwehaven hebben de dorpjes Rengerskerke, Simonskerke, Lookshaven en Serooshaven gelegen. Rengerskerke ging in 1652 verloren. Een deel bleef gespaard voor de golven. In dat deel lag het gehucht Houtenpoppen, vermoedelijk genoemd naar de huisjes van de schildwachten die in de 18e eeuw de kust bewaakten. Rengerskerke bleef tot 1812 een zelfstandige gemeente en had van 1630 tot 1860 een school. 

Simonskerke werd op het eind van de 15e eeuw buitengedijkt. Lookshaven en Serooshaven waren gehuchten waar vissers woonden.