• Verschenen: Wandelen rond Ede
  • 15 rondwandelingen in Edese natuurgebieden
  • Ook leuk om cadeau te geven!
  • Prijs: € 14,95
                                        op stap met een knipoog naar het verleden

Kijkpunten Verdwenen dorpen Oud Deurze en Amelte

1. Hof Durze

Op deze plek werd de basis gelegd van wat later de hoofdstad van Drenthe zou worden. Waarschijnlijk kreeg Otto van Bentheim deze hoeve in leen van de bisschop van Utrecht. Begin 12e eeuw kreeg de bisschop ook wereldlijk gezag. Otto was het daar niet mee eens en ruilde het "hof Durze en de molen die bij deze hof ligt" met het oude kloostergoed Mariënkamp bij 

Coevorden. Deze ruil maakte het voor het klooster financieel mogelijk om naar het verre Assen te verhuizen waar de kloosterzusters hoopten op een betere toekomst.

2. Oude Deurze

Bij de opheffing van het klooster in 1601 bezat het dorp vier erven: Hovinge, Hilbollinge, Schuiringe en Wernsinge. Op oude landkaarten is te zien dat hoeve Wernsinge in de 13e eeuw was omgracht. Dit is nog te zien in het landschap (bij het graspad naar links een plateau). Toen de grond in het stroomgebied van het Deurzerdiep te nat onder de voeten werd, verplaatste het dorp zich naar een droger gedeeelte. De molen is in 1672 vernield door de troepen van Bernhard van Galen, bisschop van Munster (Bommen Berend). Restanten van de molen zijn in 1999 gevonden. 

3. Amelte

Het gehucht was eigenlijk een afsplitsing van het dorp Anreep. Door de groei van de bevolking hadden de boeren daar de beschikking over te weinig grond. Daarom gingen ze zich aan de overkant van de es een stuk woeste grond ontginnen om zich te vestigen. In 1470 woonde er in Amelte maar één boer. Rond 1612 was er sprake van drie boerderijen. In twee daarvan woonden Olde Jan en Jonge Jan. Begin 19e eeuw worden de boerderijen opgekocht door de gouverneur van Drenthe. Na zijn dood kent het landgoed diverse eigenaars. In 1971 wordt het in gedeelten verkocht. Dankzij de bomenlanen en een oud sterrenbos heeft het nog steeds het karakter van een landgoed. 

4. Het Poepenhemeltje

Er zijn verschillende verhalen over het Poepenhemeltje. In het rampjaar 1672 zette de Bisschop van Munster, Bernhard van Galen alias Bommen Berend, zijn zinnen op de stad Groningen. Er werd een kleine legerschans gemaakt om de legertent van Bommen Berend te beschermen. Vanuit hier kon hij te paard binnen 3 à 4 uur Groningen bereiken. Rond 1900 werd het schansje gebruikt als overnachtingsplek door Duitse seizoenarbeiders (Hannekemaaiers of Kiepkerels). Het is ook nog mogelijk dat op deze plek een tuinhuis van het landgoed Amelte heeft gestaan.