op stap met een knipoog naar het verleden

Kijkpunten Verdwenen dorpen Petten en Callantsoog

1. Monument ter herinnering aan drie verdwenen dorpen

Uit een oorkonde van 1063 blijkt dat er in de 8e eeuw in Petten (Pethem) een kerkje stond dat door Willibrord was gesticht. Dit kerkje was de moederkerk van de omliggende parochies. Vanuit dit hoofddorp zijn in de loop der eeuwen twee andere dorpjes ontstaan: het noordelijk gelegen Petten aan de Zijpe en het zuidelijk gelegen Petten Hondsbos (ook wel Petten in de Nolmerban genoemd).  

Petten Hondsbos lag in de polder vlak achter de zeedijk. De kerk was óp de dijk gebouwd en diende als schuilplaats voor als de polder vol water zou stromen. Tijdens de St. Elisabethsvloed op 21 november 1421 brak de dijk, stortte de kerk in en werd Petten door de zee weggevaagd. Petten aan de Zijpe spoelde in 1625 gedeeltelijk weg.    

Stormvloeden bleven de kust teisteren, meter na meter rukte de zee op. Rond 1700 stond de kerk van Petten aan de Zijpe nog maar 20 m. van zee en was bijna bedolven door het opstuivende zand. De kerk werd in 1703 verder landinwaarts verplaatst naar het Vlak, dat in cultuur gebracht was na het aanleggen van de Spreeuwendijk. Daarna volgde geleidelijk de afbraak en herbouw van de woningen en andere gebouwen. Zo ontstond het derde dorp Petten. In 1943 verdwijnt ook dit derde Petten. Op last van de Duitse bezetter wordt Petten afgebroken wegens de aanleg van de Atlantikwall. Alleen een klein kerkhof en een lijkenhuisje blijven bestaan. In 1947 wordt op nagenoeg dezelfde plek het nieuwe Petten gesticht. Men kiest voor een komvormig dorp met een dorpsplein. Op 20 oktober 1947 wordt een gedenknaald geplaatst ter herinnering aan de drie verdwenen dorpen Petten. Voor het gedenkteken werden stenen van de oude kerk gebruikt.

2. De kerk van Oud Petten

Op deze plek stond de kerk van het derde Petten. De vloer is gereconstrueerd en de oude grafzerken op hun oorspronkelijke plek teruggeplaatst. Alleen het lijkenhuisje is blijven staan.  

3. Petten in palen

De Hondsbossche Zeewering waarachter Petten lag, kreeg tien jaar geleden het stempel "zwakke schakel". Om de kust veilig te maken werd 35 miljoen kubieke meter zand opgespoten waardoor vóór de dijk een duinenrij met een breed strand ontstond. De aannemer die het project realiseerde schonk als souvenir een Palendorp. De 160 palen vormen het silhouet van tien huizen en de kerk van het verdronken dorp Petten. Het is bedoeld als kunstwerk, maar je kunt er ook boompje verwisselen of paaltjesvoetbal doen. Op het even verder gelegen panoramaduin heb je een mooi uitzicht over het vernieuwde strand, Petten Hondsbos en Petten aan de Zijpe.

4. Callantsoog en de kerk

Callantsoog is gebouwd op de resten van het vroegere eiland 't Oghe. Vóór het jaar 1000 heette Callantsoog Kallinge. Het lag op een ononderbroken strandwal die tot aan Huisduinen liep. Door stormvloeden werd de strandwal doorbroken en ontstonden duineilanden. Kallinge werd weggevaagd. Het dorp met kerk wordt herbouwd op het eilandje 't Oghe en vanaf die tijd Callinge op 't Oghe genoemd. De bewoners gingen aan de oostzijde van het eiland de vruchtbare grond inpolderen. Zo kwam Callinghe aan het vasteland te liggen. Bij de Allerheiligenvloed van 1570 spoelde het tweede Callinghe weg. In 1581 wordt in het buurtje Sevenhuysen in het Vlak een nieuw dorp gebouwd, het huidige Callantsoog. 

Voor de bouw van de aan Johannes de Doper gewijde nieuwe kerk werden afbraakstenen van de verwoeste kerk gebruikt. De grote klok dateert van 1491, zoals vermeld op het opschrift:

De heilige Johannes de Doper is mijn naam
mijn geluid zij Gode aangenaam,
Geert van Wou heeft me gemaakt in het jaar des Heren 1491

5. Leesbaar landschap

Achter deze dijk stroomde van 1570 tot 1620 de waddenzee. Als je even naar rechts gaat kun je het hoogteverschil zien tussen de dijk en de vroegere zee. Links en rechts van de dijk zie je nog sporen van de duindoorbraak ten tijde van de Allerheiligenvloed. Zoals het Kooijbos, dat zijn naam dankt aan de voormalige eendenkooi. Het is een trilveengebied met blauwgrasland waar zeldzame planten groeien. 

Links, net vóór het bungalowpark, sta je in feite bovenop de stroomgeul. Verderop aan de rechterkant is een klein duingebied: de Luttikduinen. Het kwam door de doorbraak los te liggen van de rest van het duingebied. Nadat we de weg zijn overgestoken lopen we op de Jeweldijk. 

Bij de scherpe bocht naar links (Zandweg), zie je recht voor je de Oude Jeweldijk die in 1573 overstroomde. Het gebied wordt de Ooster Jewelpolder genoemd. Rechts lag de waddenzee die droog kwam te liggen na de aanleg van de Zijper zeedijk. In het land zie je nog de natte sporen van de overstromingen. 

6. Abbestede

Aan het eind van de 10e eeuw schonk de Hollandse Graaf een gebied van ca. 600 ha aan de Abdij van Egmond. Er werd een groot gebouw neergezet van waaruit de vertegenwoordiger van het klooster toezicht kon houden op de omringende landerijen. Dit gebouw werd het “Huis van de Abdij” genoemd oftewel Abbestede. In de documenten van de Abdij van Egmond wordt rond het jaar 1000 gesproken over de Abt zijn Stede in het land van Kallinge. Hier wordt het latere eiland ’t Oghe mee bedoeld en kan dus heel goed het huidige Abbestede zijn. Het huis bestaat niet meer. In de Tweede Wereldoorlog stuitten de Duitsers bij graafwerkzaamheden op resten van een muur van kloostermoppen. Op de landerijen zijn scherven van middeleeuws aardewerk te vinden. Abbestede is nu nog slechts een gehucht met voor het grootste deel boerderijen. 

7. Groote Keeten

Groote Keeten, dat eerder Dubbelduijn heette, is gebouwd op de restanten van het eiland ’t Oghe. De oude duinen zijn bewaard gebleven omdat bedijkingen werden aangelegd om de polders rond Callantsoog te redden tegen de binnenvallende zee. Hierdoor konden de polders Koegras en later die van Anna Paulowna en de Wieringerwaard worden drooggemaakt.

Het plaatsje groeide uit tot een dorp. In 1610 werd een soort raadhuis “bekwame keet” op de Helmdijk gezet. Zo veranderde de naam in “Groote Keeten”. De dijken zijn nog zichtbaar in het duinlandschap.

8. Dijkdoorbraak Ooghmergat

Tussen strandpaal 10 en 11 bij strandslag Voordijk is tussen 1570 en 1573 de zee door de duinen gebroken en overspoelde het oude dorp ‘t Oghe. Dit zeegat wordt het Ooghmergat genoemd. De zee ging zowel noord- als zuidwaarts om Abbestede heen. Abbestede lag vanouds op een duinarm, waardoor het op een langwerpig zandeiland kwam te liggen. Het Nollenland van Abbestede is nog een overblijfsel van de oude duinen. Het Ooghmergat bleef nog jaren open. In 1610 werd de Ooghmergatsdijk (nu Voordijk) aangelegd die het Ooghmergat afsloot van de zee.