op stap met een knipoog naar het verleden

Operatie Market Garden

Het verhaal achter de herdenkingswandeling Ginkelse hei

Op 17 en 18 september vormde de Ginkelse Heide het decor van een bittere strijd tussen de eerste, op zondagmiddag 17 september 1944 bij Wolfheze gelande Britse luchtlandingstroepen ("airbornes") en de op maandag 18 september 2300 parachutisten enerzijds en de in de diverse kazernes in Ede gelegerde en uit Amersfoort aangevoerde troepen anderzijds.

De eerste Britse eenheid waar het hier omgaat (het 7e bataljon van de Kings Own Scotische Borderers (7 KOSB) had als taak de Ginkelse heide af te schermen ten behoeve van de dropping op 18 september van de 4e Parachutistenbrigade (onderdeel van de 1st Britisch Airborne Division).

Op zaterdag 20 september 2014 beschreef de toen 20-jarige in Herberg Zuid-Ginkel werkzame en woonachtige Willie Kramer in het dagblad De Gelderlander haar ervaringen: "We fietsten samen terug van de kerk en zagen een aantal parachutisten landen vlak bij ons huis. Mijn schoonvader was samen met zijn zoon de koeien aan het melken.

Ze hoorden dat er geschoten werd en hebben de koeien gelaten voor wat ze waren." De volgende dag landden er 2300 para's op de Ginkelsche Heide. "We konden alles zien vanuit het keukenraam. Het huis staat aan de weg en aan de overkant gebeurde alles. We wisten niet wat we zagen, het zag zwart van de parachutisten. 

Er hingen parachutisten in bomen en in de schoorsteen. Het was vreselijk. Er waren heel veel gewonden." 

In de late zondagmiddagnamiddag van 17 september groeven de "airbornes" van 7 KOSB zich rond de heide in. Hun schuttersputten langs de N224 zijn nog overal zichtbaar. 

De A-compagnie deed dat aan weerszijden van de weg Ede-Arnhem, ongeveer 100 meter ten oosten van de Herberg Zuid-Ginkel, ter hoogte van de Heidebloem Allee. Commandopost van deze compagnie was café Planken Wambuis. De D-compagnie bezetten het werkkamp 't Wijde Veld (gelegen in de oostelijke rand van de heide).

Ook werd de strook aan de zuidkant van de heide bezet, waar het talud van de A12 doorheen loopt (toendertijd het "Hazenpad genoemd, als mogelijke vluchtroute voor de Duitsers bij een eventuele invasie van West-Nederland). De C- en B-compagnie, ten slotte, betrokken stellingen in de bosrand aan de westkant van de heide.

Hier scheidde minder dan een kilometer de Britten van de Duitsers in de Simon Stevin en Elias Beekman Kazernes in Ede. De Britten hadden de beschikking over enkeel antitank kanonnen, zware en lichte mitrailleurs, mortieren en automatische handvuurwapens. Vanaf ongeveer middernacht deden de Duitsers en Nederlandse SS-ers verwoede pogingen de Britten uit hun stellingen te verdrijven. 

Zij trokken daarbij frontaal vanuit Ede van west naar oost over de heide en waaierden aan de oostelijke bosrand naar het zuiden uit. Het was hun bedoeling om voorbij het tunneltje onder de A12 (waarvan het talud door de Britten werd gebruikt om hun licht- rook- en andere oriëntatiebakens te plaatsen voor de ophanden zijnde dropping van de 4e Parabrigade) 

contact te maken met andere Duitse eenheden, die vanuit het westen langs de spoorlijn oprukten om aldus de Britten te omsingelen. De Duitsers werden bij hun aanval ondersteund door rupsvoertuigen. Alleen in de noordoostelijke hoek van de heide wisten de Duitsers terreinwinst te boeken, die later in de nacht moest worden prijsgegeven.

In de loop van de nacht vestigden de Duitsers hun hoofdkwartier in de Herberg Zuid-Ginkel (waaruit zij de volgende middag door de gelande Britse para's van het 10e bataljon werd verdreven). Tegen de ochtend van de 18e lanceerden de Duitsers opnieuw een aanval, maar nu vanuit het noordoosten, waarbij zij probeerden achter de Britten langs, 

naar het zuiden van de heide door te dringen. Door gebruik te maken van zoeklichten, van pantserwagens, 20 mm kanonnen, zware mitrailleurs en pantserafweergeschut wisten de Duitsers de Britse A-compagnie uit het bosgebied tegenover en langs de snelweg ten oosten van de Herberg Zuid-Ginkel te verdrijven.

De krachtsverhoudingen op en rond de heide veranderden drastisch toen in de middag van 18 september de Britse 4e Parachutistenbrigade daar landde. In minder dan 10 minuten sprongen hier 2300 para's af. Na aanvankelijk nog op de afspringende para's te hebben gevuurd, sloegen grote groepen Duitsers ijlings op de vlucht of gaven zich over aan de Britten. Alleen de afdeling Zware Wapens van de Duitsers (opgesteld op het open terrein ten oosten van de Herberg Zuid-Ginkel) leverde krachtige weerstand.

Zover was het in de nacht en ochtend van de 17e en 18e september 1944 echter nog lang niet, zoals uit de wandeling zal blijken. Tijdens de landing van de para's in de middag van de 18e ontstonden door zowel mortiervuur van beide kanten als lichtkogels van de Britten overal op de heide branden, die voor enkele gewonde en met munitie beladen para's fataal zijn geworden.

Overvliegende Chinook CH-47 boven de Ginkelse hei in september 2018