Een oerstroom: de Swalm is een van de weinige Nederlandse rivieren die al eeuwenlang onverstoord door het landschap kronkelt.
Ze ontspringt in Duitsland bij kasteel Tüschenbroich ten zuiden van Wegberg. Na zo’n 33 kilometer, grotendeels gekanaliseerd en rechtgetrokken, bereikt ze Nederland.
Daar krijgt de rivier meer ruimte: ze meandert door bos en weiland, duikt weg in bochten en zoekt haar eigen koers, tot ze 12 kilometer verder uitmondt in een oude Maasarm.
In twee lussen wandelen we door het beekdal van de Swalm, elk met een eigen sfeer. Eerst is er de besloten zuidlus, met schaduwrijke bosranden, moeraszones en de kronkelende beek, die steeds opnieuw je pad kruist. Daarna volgt de noordlus, opener van karakter, met akkers, vochtige graslanden en hooilanden waar het dal zich verbreedt en de Swalm haar laatste meters maakt richting de Maas. Bij Swalmen raken de lussen elkaar — het natuurlijke draaipunt van de tocht, waar het landschap even samenkomt voordat je weer een nieuwe sfeer instapt.