op stap met een knipoog naar het verleden

Kijkpunten: De verdwenen dorpen Westerdijkshorn, Onderwierum en Menkeweer

1. Walfriduskerk Bedum

De huidige hervormde Walfriduskerk werd in de 11e eeuw gesticht als bedevaartskerk van Sint-Walfridus die in Bedum zou hebben geleefd en - samen met zijn zoon Radfridus - door de Noormannen zou zijn vermoord.

Opvallend is de scheve romaanse toren. Deze is schever dan de toren van Pisa: hij hangt uit het lood tegen tegen de 3,97 graden van de toren van Pisa. 

2. Westerdijkshorn

Op deze plek werd in de 13e of 14e eeuw het kerspel Dijckshorne gesticht. Een kerspel was de kleinste politieke eenheid waarbij de kerk het centrale punt was. De kerk stond op een opgeworpen wierde aan de zuidkant van het dorp. De inwoners werden begraven op de "heilige grond" rond de kerk. In de 15e eeuw werd op het kerkhof een vrijstaande klokkentoren gebouwd. 

De predikant, Marcarius Lunseman, woonde in de boerderij (weem) naast de kerk. Hij moest leven van de opbrengst van de kerk en verder in zijn eigen onderhoud voorzien. Toen hij zich beklaagde over zijn geringe inkomen, mocht hij ook dominee worden van het dichtbijgelegen dorp Onderwierum. Dat heeft hij 16 jaar volgehouden, waarna deze taak hem te zwaar werd. Twee jaar nadat hij werd ontslagen is hij overleden. De bevolking nam in de 18e eeuw geleidelijk af. 

De kerk raakte steeds meer buiten gebruik en werd in 1802 afgebroken om te voorkomen dat de Mennonieten deze voor eigen diensten zouden gaan gebruiken. De toren bleef staan en de kerkvoogden lieten zich nu "torenvoogden" noemen. 

De toren is meerdere keren ingestort en herbouwd, de laatste keer in 1976.  

3. Onderwierum

Eens stonden op deze wierde een school en een kerk. Het kerkje is in 1840 afgebroken, maar de plaats waar het heeft gestaan is nog duidelijk te zien. Hier liggen namelijk geen grafstenen. Op de plaats waar nu een klein bosje is, stond de pastorie. 

Bij de ingang laat een gedenksteen zien hoe het kerkje er heeft uitgezien. In Onderwierum kerkten ook de inwoners van het nabijgelegen Onderdendam. Door de trekvaart op het Boterdiep groeide Onderdendam tot een commercieel en bestuurlijk centrum van de omgeving. In 1840 kreeg Onderdendam een eigen kerk. Onderwierum liep langzaam leeg en de kerk werd overbodig. De houten avondmaalstafel, het doopbekken en de sleutel kregen een plaats in de nieuwe de kerk in Onderdendam. De twee oudste grafzerken van predikantsvrouwen zijn daar ingemetseld in de muur. Wat overbleef van Onderwierum is een kerkhofje met onleesbare grafstenen uit de 18e en 19e eeuw waarvan sommigen met prachtige (familie)wapens. 

4. Menkeweer

Het dorpje Menkeweer is altijd heel klein geweest. Oorspronkelijk hoorde het gebied van Onderdendam ten noorden van het Winsumerdiep tot Menkeweer. De bewoners van dit gebied kerkten in Menkeweer. Toen Onderdendam groeide en een eigen kerk kreeg, betekende dit voor Menkeweer een verdere achteruitgang. 

Het eenvoudige kerkje met klokkenstoel raakte steeds verder in verval. De kerk is afgebroken in 1828. De naastgelegen boerderij was oorspronkelijk een pastorieboerderij (weem). 

Op het kerkhof ligt Adriaan Jan van Roijen begraven. Hij was notaris, Eerste-Kamerlid en voorzitter van het waterschap Hunsingo. Het waterschap vond dat Van Roijen's graf behouden moest worden en kocht het kerkhof voor het symbolisch bedrag van 1 gulden van de kerkelijke gemeente Onderdendam. Een ander bijzonder graf is van Kornelis Derks Kuiper. Zoals de naam al zegt was hij kuiper van beroep en ook nog ouderling. Op 90-jarige leeftijd schaatste hij nog van Bedum naar Onderdendam. Net na het fraaie toegangshek rechts is een gedenksteen geplaatst waarop het kerkje met de klokkenstoel staat afgebeeld.