op stap met een knipoog naar het verleden

Kijkpunten verdwenen dorpen Wolfheze en Harten

1.  Grafheuvels 

Veel grafheuvels zijn er in dit gebied. Deze grafheuvel is opgeworpen door mensen die hier leefden in de Bronstijd.  In de jaren '30 bleek bij opgravingen dat er meerdere mensen begraven zijn. Bij die opgraving is geen goud of zilver gevonden, maar vanwege de grootte wordt deze grafheuvel de Koningsheuvel genoemd.

2.  Het Oude Wolfheze

Tegenover het informatiebord is in het landschap de plek nog duidelijk zichtbaar waar het kerkje van Oud-Wolfheze heeft gestaan. In de volksmond wordt deze plek "De Kapellenheuvel" genoemd. Ds. Heldring was in 1840 op deze plek tijdens een 

wandeling. Een grote steen die hij liet vallen veroorzaakte een hol geluid en deed de grond trillen. Het leek alsof er in de grond een gewelfde kelder was. Bij opgravingen is van die kelder niets terug gevonden.

Uit serie "Spannende Geschiedenis":

"Verdwenen dorp Wolfheze"

Bekijk het filmpje over hoe het leven in Oud-Wolfheze er ongeveer uit moet hebben gezien en waarom het dorpje uiteindelijk helemaal verdween.

3.  Middeleeuwse landweren en rondeel

Het pad doorkruist hier twee evenwijdig lopende aarden wallen, de zogenaamde landweren, die in de Middeleeuwen aangelegd werden om de grens aan te geven, als omheining en om het verkeer over de weg te leiden. Wie goed kijkt kan in de omgeving nog oude karrensporen ontdekken. Op de foto is (bij vergroting) achter de brug

en de houten omheining het rondeel nog te zien. Het is een vierkante, met eiken begroeide verhoging, waarop in de late middeleeuwen een houten en aarden schans stonden en vanaf hier de omgeving kon worden bewaakt.

4.  Heelsumse beek

De Heelsumse beek is een sprengenbeek. Sprengenbeken werden tussen 1600 en 1800 door de mens met de hand gegraven. Een sprengenbeek ontspringt bij een sprengenkop, een gegraven bron tot op het grondwater. Door het hoogteverschil op de Veluwe stroomt het opborrelende grondwater naar beneden, een beek vormend.

In het verleden leverden de sprengenbeken (water)energie voor het aandrijven van de watermolens.

5.  Boerderij Kabeljauw

Bij deze boerderij lagen eens twee papiermolens tegenover elkaar. De boerderij is gebouwd op de fundering van de noordelijke papiermolen. Een lompenhandelaar uit Dordrecht, die Kabeljauw heette, financierde de bouw van de watermolens om zo zijn lompen te kunnen laten verwerken tot papier.

6. Buurtschap Harten

Buurtschap Harten was vanaf de zesde eeuw een redelijk belangrijk dorp in het beekdal en omvatte een vijftal boerderijen die allemaal verdwenen zijn. Op twee plekken waar een boerderij stond is later weer een boerderij gebouwd.("De Beken" naast het infocentrum en verderop voor de hoofdweg "Everwijnsgoed" met de blauwe deuren) Ook was er al vroeg een kerkje. Harten had  acht eeuwen later nog steeds een kapel met de naam Willibrord.

In de 15e eeuw wordt Harten een buurtschap genoemd en is het dorp Harten van de kaart verdwenen. Mogelijk is het dorp aan plaatselijke ruzies ten ondergegaan of verwoest door een bende roofridders.

De buurtschap heeft vanaf ongeveer 1700 voornamelijk bestaan uit de landgoederen Quadenoort en Keyenberg. Het kasteel Keyenberg bestaat nog steeds.

7. Zandgroeve "De Keijenberg"

Door het afgraven van zand en grind, nodig om te bouwen en wegen te verharden, is deze zandgroeve "De Keijenberg" ontstaan. De heuvel maakt deel uit van de in de ijstijden gevormde "spoelzandvlakte van Wolfheze" die zand en gind bevat.

8. De Quadenoordse watermolen

Aan drie sprengen in het Renkums Beekdal stonden negen watermolens. De Hartense korenmolen was de oudste. (1870) Daarna kwamen er acht houten papiermolens bij. De watermolens hebben ruim drie eeuwen hun werk goed gedaan. Met de opkomst van de stoommachine rond 1860 was het met de watermolens gedaan.

De Quadenoordse papiermolen stopte in 1921 als laatste. Deze molen is als enige overgebleven in het Renkums beekdal.   

De molen is op dit moment niet meer dan een ruïne, maar zal in de komende jaren gerestaureerd worden en met het landgoed Quadenoord  voor toeristen een aantrekkelijk plek worden om te bezoeken.

9. Reijerscamp

Reijerscamp werd in de 19e eeuw bebost voor productie van hout voor de mijnbouw. Begin 20e eeuw kwam er akkerbouw voor in de plaats. Sinds 2004 wordt Reijerscamp beheerd door Vereniging Natuurmonumenten die het gebied in 14 jaar omvormde tot een indrukwekkend natuurgebied. 

Ongeveer een kilometer bij de ingang van Reijerscamp vandaan is een wildobservatieplek. O.a. in het gebied voor deze plek landden tijdens operatie "Market Garden" paragliders. Langs de Wolfhezerweg staat ter herinnering het Glidermonument.